|
Lidmaatschap.
1.a. Leden en kandidaatleden dienen in het bezit te zijn van een KNSA-licentie en verlof
Wet wapens en munitie of Europese vuurwapenpas.
1.b. Een uitzondering op 1.a. kan worden gemaakt voor bijvoorbeeld overheidspersoneel dat
aantoonbaar geoefend is in de omgang met vuurwapens.
1.c. Een verzoek om toelating dient schriftelijk te worden ingediend met een kopie van het
verlof,identiteitsbewijs,pasfoto,knsa-licentie en eventueel een Verklaring Omtrent Gedrag
(V.O.G.).
1.d. Van een verzoek om toelating worden de leden op een in de vereniging gebruikelijke wijze in
kennis gesteld. Vervolgens gaat voor het kandidaatlid een proefperiode in van één maand.
1.e. Gedurende deze proefperiode kunnen leden schriftelijk bezwaar maken tegen toelating van een
kandidaat lid.
1.f. Indien er geen redenen zijn om een kandidaatlid niet toe te laten tot de
vereniging, gaat de proefperiode over in het aspirant-lidmaatschap.
1.g. Het aspirant lidmaatschap duurt zes maanden en gaat na overleg,over in het lidmaatschap.
1.h. De contributie dient voorafgaande het verenigingsjaar te worden voldaan.
Bij ingang van het lidmaatschap gedurende het verenigingsjaar,is contributie verschuldigd over
de resterende kwartalen. De betalingstermijn bedraagt dertig dagen.
1.i. De leden ontvangen een kopie van de statuten,het huishoudelijk reglement en het
veiligheids reglement. Voor ontvangst en accoord dient te worden getekend in tweevoud,één exemplaar zal worden
gearchiveerd in de ledenadministratie.
Profiel van de leden.
2.a. Alle leden zullen zich door o.a regelmatige deelname aan schietwedstrijden en trainingen
profileren als serieuze sportschutters.
2.b. Van de leden wordt een pro-actieve houding verwacht.
Bestuur.
3.a. Een aanvraag voor afgifte van een WM3 formulier wordt in eerste instantie gedaan bij de
secretaris.
3.b. Leden zullen het bestuur informeren over het verloop van een aanvraag tot verlof of bijschrijving
van een wapen. Bij verstrekking van een verlof of een nieuwe bijlage,zal een kopie hiervan worden verstrekt aan
de secretaris. Bij afwijzing zal een kopie van deze beschikking worden verstrekt aan de secretaris.
3.c. De penningmeester zal een inventarislijst opstellen met de bezittingen van de vereniging,en deze
zonodig actualiseren.
3.d. Bij een voornemen tot besluit,waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat de leden hierin
hun mening kenbaar willen maken, zullen zij middels E-mail hiervan in kennis worden gesteld.
Uit de reacties kan worden opgemaakt of een stemming over het onderwerp gewenst is.
Disciplinaire maatregelen.
4.a. Indien een lid of introducé handelt in strijd met de voor de oefeningen en wedstrijden geldende
regels en gebruiken, dan wel zich bij de activiteiten van de vereniging onbehoorlijk of onordelijk
gedraagt, kan hij/zij door het bestuur mondeling dan wel schriftelijk worden:
- gewaarschuwd.
- berispt.
- geschorst
- uitgesloten voor oefeningen en/of wedstrijden van de vereniging voor een bepaalde periode.
De maatregelen zoals hierboven beschreven kunnen ook gecombineerd worden opgelegd.
Activiteiten.
5.a. De activiteiten zijn onderverdeeld in:
-alleen voor leden.
-toegankelijk voor schutters in bezit van een geldige KNSA-licentie.
5.b. De te organiseren activiteiten dienen indien mogelijk kostenneutraal te zijn.
5.c. De functie van baancommandant zal door de leden per toerbeurt vervult worden.
Schade aan zaken.
6.a.
De vereniging is niet aansprakelijk voor vermissing of beschadiging van zaken bij de leden in
gebruik. |
|
VEILIGHEIDSREGLEMENT
RESHOOT
1. Algemeen
1.1 Het bestuur van Reshoot verplicht zich de veiligheid in en om de schietsportaccommodatie
te allen tijde te waarborgen.
1.2 Ter handhaving van de veiligheid heeft één van de bestuursleden Veiligheid in portefeuille.
1.3 Het bestuurslid Veiligheid is belast met de volgende zaken:
a. Aansturen en op de hoogte van de tijd brengen en houden van de Verenigings
Veiligheidsfunctionarissen.
c. Houden van toezicht op de correcte naleving van het Veiligheidsreglement.
2. Functionarissen
2.1 Tijdens oefen- en trainingavonden kent de vereniging de volgende functionarissen:
a. Dienstdoend bestuurslid
b. Verenigingsbeheerder
c. Verenigings Veiligheidsfunctionaris/Baancommandant
d. BHV’er of EHBO’er
2.2 Verantwoordelijkheden functionarissen
2.2.1 Het dienstdoende bestuurslid is namens het bestuur verantwoordelijk voor het correct en
veilig verlopen van de oefen- c.q. trainingsavond en neemt, indien nodig, de uiteindelijke
beslissing. Alle functionarissen zijn aan hem/haar verantwoording verschuldigd.
Bovendien is dit bestuurslid gemachtigd om personen de toegang tot de accommodatie te
ontzeggen, dan wel te (laten) verwijderen.
2.2.2 De verenigingsbeheerder is als verenigingsverlofhouder verantwoordelijk voor de uitgifte
van munitie en verenigingswapens.
2.2.3 De Verenigings Veiligheidsfunctionaris of Baancommandant is verantwoordelijk voor de
handhaving van de veiligheid op de schietbaan en op de schietpunten.
2.2.4 De BHV’er dan wel EHBO’er past bij een ongeval eerste hulp toe en assisteert het
dienstdoende bestuurslid bij calamiteiten of bij het uitvoeren van het ontruimingsplan.
3. Veiligheidsregels
3.1 Bij afwezigheid van zowel de Bestuurder als de Verenigings Veiligheidsfunctionaris mag er
niet geschoten worden.
3.2 De attitude van een sportschutter dient voorbeeldig te zijn en mag geen aanleiding geven
tot verwijdering dan wel schorsing.
3.3 Iedere schutter (lid van de vereniging) dient de door hem of haar meegenomen introducé,
te melden en zich te laten identificeren bij het dienstdoende bestuurslid. De introducé moet
daarbij een geldig identificatiebewijs overleggen en daarvan moet aantekening worden
gemaakt in het introducéregister.
3.4 Een schutter dient een door hem of haar meegebrachte introducé tijdens het gehele verblijf
in de verenigingslocatie te begeleiden en is voor deze introducé verantwoordelijk.
3.5 Iedere schutter dient alle elementaire en noodzakelijke vaardigheden zelfstandig te kunnen
uitvoeren. Dit wil zeggen het kunnen nemen van de veiligheidsmaatregelen, de
storingsreactie kunnen uitvoeren en de handelingen volgend op het commando “START”
en “STOP, STOP, STOP” kunnen verrichten.
3.6 Een wapen dient altijd zodanig behandeld te worden alsof het geladen is.
3.7 De veiligheid van medeschutters, baanofficials, toeschouwers en van de schutter zelf
vereist een voortdurende en zorgvuldige aandacht in de omgang met het wapen en
voorzichtigheid bij het zich verplaatsen daarmee over de schietbaan. Zelfdiscipline van
iedereen is hierbij onontbeerlijk.
3.8 Wapens dienen, indien transport noodzakelijk is, te worden vervoerd met geopend
grendelmechanisme (door middel van plaatsing van een veiligheids of kamervlag) en met
de loop omhoog. Uitzonderingen hierop zijn wedstrijden die georganiseerd zijn volgens de
NPSA of APS regelgeving.
3.9 Iedere schutter is verantwoordelijk voor de deugdelijkheid van zijn/haar wapen.
3.10 Wapens die niet in gebruik zijn, dienen te zijn opgeborgen.
3.11 Niemand mag het wapen van een ander aanraken; dit mag uitsluitend worden opgepakt na
uitdrukkelijke toestemming hiertoe van de eigenaar.
3.12 Beginnende schutters mogen uitsluitend schieten onder begeleiding van een daartoe
bevoegde persoon (dit is minimaal een door de KNSA opgeleide Basistrainer met een
geldige kaderlicentie).
3.13 Het gebruik van alcohol/drugs door een schutter en functionarissen, vóór en tijdens het
schieten, is verboden.
3.14 Na het schieten moet het wapen en magazijn(en) worden ontladen en opgeborgen.
3.15 Onverpakte wapens zijn slechts toegestaan op het schietpunt en op de daartoe door de
Baanbeheerder/Verenigings Veiligheidsfunctionaris, aangegeven plaats.
3.16 Demonstraties van of met vuur-, respectievelijk luchtdrukwapens, mogen uitsluitend op de
schietpunten plaatsvinden.
3.17 De Verenigings Veiligheidsfunctionaris is een door het bestuur aangewezen persoon, en
deze is als zodanig herkenbaar.
3.18 Gebruikers van medicijnen en stoffen die de schietveiligheid kunnen beïnvloeden mogen
niet aan schietoefeningen deelnemen.
3.19 Men dient zich te onthouden van elke handeling die de veiligheid in gevaar kan brengen.
3.20 Iedereen die een overtreding van bovengenoemde punten of eventueel ander onveilig
gedrag constateert, is verplicht de Verenigings Veiligheidsfunctionaris hiervan in kennis te
stellen.
3.21 Het richten van een wapen op personen is ten strengste verboden.
3.22 Overtreding van één of meer der bovengenoemde punten kan leiden tot ontzegging van de
toegang tot de schietbanen en/of de accommodatie.
3.23 In gevallen waarin dit “Veiligheidsreglement” niet voorziet, beslist het Bestuur, de
Baanbeheerder of de Verenigings Veiligheidsfunctionaris namens het bestuur.
4. Baanreglement
4.1 Schietbanen zijn overwegend gelijk qua gebruik. Daar waar er aanvullende, dan wel
afwijkende bepalingen zijn, moet dit zijn verwoord in een apart voorschrift.
4.2 Behoudens tijdens internationale wedstrijden, dient iedereen die zich op de schietbaan
bevindt, de Nederlandse taal in woord en geschrift machtig te zijn.
4.3 Toezicht
4.3.1 Op iedere schietbaan moet tijdens de uitvoering van schietoefeningen een door het
bestuur van de vereniging aangestelde Veiligheidsfunctionaris aanwezig zijn.
4.4 Betreden van de baan
4.4.1 Het betreden van de (schiet)baan of delen daarvan mag alleen via de daarvoor bestemde
ingang en aanwezige paden geschieden.
4.4.2 Het is verboden om zonder toestemming van de Veiligheidsfunctionaris het terrein dat zich
bevindt vóór de schietpunten te betreden.
4.5 Het commando “Stop-Stop-Stop”
4.5.1 Op een schietbaan is iedereen die constateert dat de veiligheid in gevaar komt verplicht
“STOP, STOP, STOP” te roepen.
4.5.2 Het vuren dient onmiddellijk gestaakt te worden. De schutters dienen dan die handelingen
uit te voeren zoals die zijn vastgelegd in de gebruiksaanwijzing voor het wapen waarmee
wordt geschoten.
4.5.3 Uitsluitend op bevel van de Veiligheidsfunctionaris of Baancommandant mag het vuren
worden hervat.
4.5.4 Wanneer het commando “STOP, STOP, STOP” is gegeven, mag er geen combinatie van
schutters en wapens op de schietpunten aanwezig zijn en moeten alle wapens zijn
ontladen!
4.6 Gehoor- en oogbescherming
4.6.1 Op schietbanen moet elke daar aanwezige tijdens de schietoefeningen
gehoorbeschermende middelen dragen.
4.6.2 Afhankelijk van de discipline (in het bijzonder bij de dynamische disciplines) dienen
oogbeschermende middelen te worden gedragen door de schutters.
4.7 Munitie
4.7.1 Alleen die munitie mag worden gebruikt die is toegestaan in enige, door de KNSA
gereglementeerde of erkende discipline. Bovendien is het slechts toegestaan herladen
munitie te gebruiken, indien is herladen volgens de bijbehorende herlaadtabellen en indien
de minimale en maximale kruitladingen niet zijn overschreden.
4.8 Roken
4.8.1 Het is verboden om op de schietbaan en de schietpunten te roken en/of open vuur
voorhanden te hebben.
4.9 Een wapen moet altijd zodanig behandeld worden alsof het geladen is.
4.10 De loop van het wapen (monding) moet altijd in de veilige richting (namelijk van de
kogelvanger) gehouden worden.
4.11 Een wapen oppakken ten behoeve van schietoefeningen (training) achter de schutters is te
allen tijde verboden.
4.12 Tijdens het schieten mag een schutter, met uitzondering van de daartoe bevoegde
baanofficials, niet worden gestoord.
4.13 Beginnende schutters mogen uitsluitend schieten onder begeleiding van een daartoe
bevoegde persoon.
4.14 Na het schieten moet het wapen en magazijn(en) worden ontladen en opgeborgen.
4.15 Indien van toepassing dient vóór aanvang van het schieten, de zandkogelvanger stofvrij te
zijn gemaakt en gecontroleerd te zijn op ricochet.
4.16 Er mag uitsluitend geschoten worden vanuit de schietpunten voor de desbetreffende
discipline.
4.17 Op het schietpunt mag zich alleen de schutter bevinden; een uitzondering daarop kan
worden gemaakt voor toezicht door een daartoe bevoegde persoon.
4.18 Bij weigering van een schot moet het wapen 30 seconden met de loop (monding) in de
richting van de kogelvanger worden gehouden.
4.19 Na het nood commando “STOP, STOP, STOP” dienen de schutters het vuren onmiddellijk
te staken en worden er geen handelingen meer verricht. Iedereen dient te wachten op een
navolgend commando. Het NOOD- commando kan door iedereen gegeven worden en
moet als zodanig direct worden opgevolgd.
4.20 Zodra het signaal “STOP VUREN” hetzij mondeling, hetzij door middel van een
geluidssignaal (fluit) of door middel van een lichtsignaal is gegeven, dienen de schutters
onmiddellijk het vuren te stoppen en bij het commando “ONTLADEN” onmiddellijk hun
wapens volgens de procedures voor luchtwapens en voor vuurwapens, te ontladen.
4.21 Het ontladen van wapens mag uitsluitend geschieden met de loop in de richting van de
kogelvanger.
4.22 Het is verboden zich van het schietpunt te verwijderen wanneer het wapen nog geladen is.
4.23 Het is niet toegestaan met een onverpakt wapen de schietbaan te verlaten. Een
uitzondering hierop kan echter incidenteel gemaakt worden, bij de
N.P.S.A. gereglementeerde wedstrijden.
4.24 Het is verboden wapens onbeheerd op de schietpunten achter te laten.
4.25 Instructies van de Verenigings Veiligheidsfunctionaris dienen onvoorwaardelijk te worden
opgevolgd. |